Kinderproject achtergrondinfo

Hieronder kun je de algemene info lezen betreffende het kinderproject dat we sinds 2010 hebben opgezet. Aan het kinderproject is een sponsorproject gekoppeld van waaruit we kinderen die niet naar school kunnen uit armoede toch een schoolopleiding op een reguliere school aanbieden. We doen dat echter pas als de kinderen al een tijdje meedraaien op ons project als zogenaamd voortraject:

Voor de rest is alle info die we je hebben gegeven over het leven in Ghana en je introductie ook voor het kinderproject van toepassing.

Algemene info Kinderactiviteiten
Laat ons beginnen met ons een beetje voor te stellen:
Wij zijn een Stichting (in Nederland) met een Non-gouvernementele Organisatie-erkenning in Ghana. We hebben een ‘dependance’ in België, waar we de erkenning bezitten van de Koning Boudewijnstichting. Ons project is opgezet vanuit idealisme en vanuit die basis dragen we alle organisatiekosten zelf waardoor alle sponsoring terechtkomt binnen het project in Tamale.

Ons doel is het verbeteren van de positie van de jeugd in de wijk Nyohini; één van de armste wijken van Tamale. Middel dat we de laatste jaren voornamelijk hebben ingezet zijn gratis computerlessen voor de jeugd zodat ook zij later kans maken op een baan.

Onderzoek Ehsal
In de afgelopen jaren werd ons steeds duidelijker dat veel jeugd in Tamale niet naar school gaat of zelfs niet meer een thuis heeft. Alleen al in de wijk Nyohini zouden duizenden kinderen tot deze groep kunnen behoren. Wij hebben ons laten informeren door een onderzoek dat Anke van Rompeay van de Ehsal (faculteit orthopedagogiek) uit België voor ons ter plekke heeft gedaan. Dit is een samenvatting

Als uitgangspunt van haar beleidsvoornemens heeft ze gekozen:

  • De (straat)kinderen een dagbesteding bieden zodat ze tijdens de dag niet meer op straat moeten rondhangen.
  • Alle kinderen zijn welkom.
  • Dagbesteding kan volgende thema’s bevatten: creatieve ontwikkeling, emotionele ontwikkeling, educatie, spelactiviteiten, bibliotheekfunctie
  • Bewaken van de veiligheid en geborgenheid van de kinderen.

De doelgroep van het onderzoek was:

In de wijk van de school leven veel straatkinderen. Velen van hen bezoeken de school niet en spreken daardoor geen Engels. Uit het onderzoek van Dr. Habib Mohammed Adam blijkt dat 16 procent van de straatkinderen de lagere school bezoekt of bezocht heeft. Bij de straatkinderen tussen de leeftijd van 12 en de 18 jaar werkt 20 procent regulier, 28 procent zit in de prostitutie, 26 procent is wees en bedelt en 8 procent lijdt aan ondervoeding. Voor de volledigheid moet worden opgemerkt dat niet ieder kind dat rondhangt aan de school ook een straatkind is. Vele van deze kinderen kunnen niet naar school omdat hun ouders het geld niet bezitten om het schoolgeld te betalen, maar ze wonen, eten en slapen wel bij hun ouders. Maar zoals geschreven in de inleiding behoren deze kinderen ook tot de doelgroep.

Het werkgebied omvat de wijk Nyohini, één van de armste wijken van de stad Tamale. In deze wijk wonen zo’n 40.000 mensen, waarvan er zo’n 5.000 niet-schoolgaande kinderen zijn. Mijn doelgroep omvat dus de kinderen die de school niet of deeltijds bezoeken.

Als onderzoeksvragen heeft Anke gesteld:

  • Waar hebben de straatkinderen het meeste nood aan?
  • Hoe kijken ouders van straatkinderen tegen educatie aan?
  • Waarom sturen ouders hun kinderen niet naar school?
  • Hoe belangrijk vinden straatkinderen educatie?
  • In welke mate zijn de straatkinderen vertrouwd met het spelen van spelletjes?
  • Wordt er veel aandacht geschonken aan creativiteit?

Onderzoekmethodes die Anke heeft toegepast:

  • onderzoek bij andere organisaties uitvoeren.
  • verschillende mensen interviewen.
  • opzoekwerk op het internet doen.
  • verschillende organisaties bezoeken die met straatkinderen werken.
    meedraaien in verschillende organisaties.
  • werken met een vragenlijst voor de ouders en een vragenlijst voor de straatkinderen.

Anke komt met de volgende antwoorden:

Nu het grootste deel van het onderzoek afgerond is, wordt het tijd om een antwoord te formuleren op de twee eerder gestelde hoofdvragen;
1) Hoe belangrijk vinden Ghanezen educatie?
2) Welke plaats neemt spel en creativiteit in, in het leven van Ghanese kinderen?

1) Educatie wordt als belangrijk gezien en is volgens de meeste (ondervraagde) Ghanezen de sleutel tot een gemakkelijker leven. Met een gemakkelijker leven wordt bedoeld meer kansen op de arbeidsmarkt, meer zekerheid voor de latere zorg voor ouders, meer kans om iemand te kunnen zijn in de toekomst, meer kansen buiten Afrika, …

2) Spel en creativiteit nemen in het leven van de Ghanese kinderen geen grote plaats in. Uit mijn observaties kan je duidelijk het gebrek aan spel en creativiteit vaststellen.

Zoeken naar werkbare ideeën

Het belang van educatie en het gebrek aan spel en creativiteit zullen mijn kapstokken vormen bij het zoeken naar werkbare ideeën. Aangezien het merendeel van de Ghanezen educatie als iets belangrijk zien, kan ik dit onmogelijk negeren. De vraag is alleen: hoe kan ik deze wil naar educatie vorm geven in de uiteindelijke dagbesteding? Na wat brainstormwerk kwam ik tot volgende bevindingen:

  • Educatie op een speelse manier vorm geven
  • Aanleren van Engels, wiskunde
  • Andere manier van aanpakken (niet op de gekende manier)
  • Voormiddag gebruiken
  • Vaste begeleider(s)
  • Veel gebruik maken van hulpmiddelen zoals afbeeldingen, telramen, boeken, grote spelen, …
  • Inventief zijn

Ik ben er mij van bewust dat NCS niet in staat is om deze kinderen van een volwaardig educatiepakket te voorzien. Maar omdat ik toch niet aan de behoefte van educatie zomaar voorbij wil gaan, kies ik voor een speelse maar toch educatieve aanpak.
Eerst en vooral denk ik dat het beheersen van de Engelse taal kansen in de toekomst kan bieden. Uit ervaring met mijn doelgroep weet ik dat het merendeel van de kinderen het Engels niet goed beheerst. Daarom lijkt het mij geen slecht idee om vooral daaraan te werken. De voormiddagen kunnen dan misschien een aanzet zijn tot het echt volgen van educatie op school. De school zal dan ook toegankelijk moeten zijn voor mogelijke nieuwsgierige ouders. Misschien kunnen deze activiteiten sommige niet overtuigde ouders overhalen om hun kinderen toch naar school te sturen. (Uit mijn enquêtes bleek wel dat de meesten de zin van educatie inzagen.)

Hoe krijgt deze ‘speelse educatie’ nu vorm?
Een eerste voorwaarde voor het welslagen van deze lessen is dat je de aandacht van de kinderen erbij kunt houden. Ik gooi de klassieke manier van lesgeven even over boord en probeer mijn ideeën uit een heel andere hoek te halen.
Zo denk ik dat je in de vorm van liedjes, rijmpjes, kleurplaten, afbeeldingen, kleine spelletjes, … de Engelse taal op een ludieke manier kunt aanleren. Ook de bibliotheekfunctie kun je hierbij betrekken. Voorlezen van gemakkelijke verhaaltjes uit boeken met grote prentjes. Gebruik maken van eenvoudige stripverhalen en deze proberen na te spelen.
Voor het leren schrijven kun je met schriftjes werken waar ze de letter moeten natekenen. Je kunt ze woordjes laten vormen met zelfgemaakte grote letters.

De ideeën die ik hier boven neergeschreven heb, handelen hoofdzakelijk over educatie, creativiteit en spel. Deze drie topics vormen de hoekstenen van de door mij gekozen dagbesteding.

Op het begin van mijn onderzoek had ik mij twee hoofdvragen gesteld.
Deze waren:

  1. Hoe belangrijk vinden Ghanezen educatie?
  2. Welke plaats neemt spel en creativiteit in, in het leven van Ghanese kinderen?

Door hier een onderzoek naar uit te voeren, kwam ik tot de conclusie dat de Ghanezen educatie als iets belangrijks zien en dat er duidelijk het gebrek aan spel en creativiteit is bij de Ghanese kinderen. Om hier een gepast antwoord op te geven, heb ik geprobeerd een dagbesteding te creëren aan de hand van de gevonden noden. Het creëren van een zinnige dagbesteding was dan ook het uiteindelijke doel van dit beleidsplan.
Ik hoop dat in de toekomst de organisatie NCS met het beschreven idee aan de slag kan gaan en de vooropgestelde doelen kan blijven bewaken.
Deze vooropgestelde doelen zijn:

  • Zorgen voor inhoudelijke creatieve ontplooiing
  • Zorgen voor inhoudelijke educatieve ontplooiing
  • Bewaken van veiligheid en geborgenheid van de kinderen
  • Bewaken van plezier van de kinderen

Ik ben me er van bewust dat het geven van een samenvatting van een rapport van 21 bladzijden erg moeilijk is, maar ik hoop dat het een beetje een indruk geeft.

Anke heeft ook een groot aantal interviews met kinderen en ouders gedaan. Wat vooral duidelijk werd, was dat veel kinderen hun leeftijd niet wisten (meer dan 80% van de kinderen).

Als reden waarom ze niet naar school gingen werd gegeven:

  • Haar ouders beloven haar naar school te brengen, maar vergeten het steeds.
  • Werkt voor haar tante
  • Ging vroeger wel, maar is gestopt. Vader belooft dat hij in de toekomst weer mag, maar het gebeurt steeds niet.
  • Verkoopt eieren op straat
  • Vader slaat hem en zijn moeder heeft het geld er niet voor
  • Is 1 maand geleden gestopt met school, vanwege de schoolkosten. Nu werkt hij op het station en draagt hij bagage van mensen.
  • School gaan is te duur

Als extra informatie van de kinderen kwam naar voren (delen uit de interviews):

  • Zij wast borden voor een eetverkoper af en helpt haar tante. Zij verdient ongeveer 60 peswa’s per dag (45 eurocent). Zij is veel te druk bezig met verkopen, waardoor ze geen interesse meer heeft in school.
  • Zij weet niet waar haar ouders zijn. Zij heeft hen voor een lange tijd niet meer gezien.
  • Zij houdt er niet van geslagen te worden. Haar tante slaat haar niet, maar roept wel vaak tegen haar. Zij leeft dag per dag, denkt niet aan de toekomst.
  • Nu verkoopt hij vis voor zijn moeder. Zijn ouders zijn gescheiden.
  • Ze leeft bij haar zussen en slaapt daar ook. Zij verkoopt uien voor haar zussen.
  • Zij speelt graag, maar kan niet uitleggen wat spelen is en kan ook geen enkel spel opnoemen. Ze haat het om problemen met vrienden te hebben. Zij wil graag de Engelse taal leren spreken.
    In de ochtend verkoopt hij thee.
  • Hij leeft bij zijn ouders. Hij houdt er niet van geslagen te worden. Houdt er ook niet van wanneer zijn ouders niet genoeg geld hebben om zijn schoolkosten te betalen.
  • Hij woont bij zijn moeder en houdt er niet van geslagen te worden en te verhongeren.
  • Wanneer ze niet naar school gaat, verkoopt ze noten op straat. Zij leeft bij haar ouders.
  • Sleurt heel de dag met bagage. Wanneer er geen werk is, hangt hij rond met zijn vrienden.
  • Hij slaapt op het station en eet wanneer hij het geld ervoor heeft.
  • Hij kan terecht bij zijn familie, maar daar is niets te doen.
  • Hij ging graag naar school, maar de schoolkosten maakten het hem onmogelijk. Hij haat het liegen en het vechten op zijn werk (er is niet altijd genoeg bagage om te dragen, waardoor ze er soms voor moeten vechten)
  • Heeft niemand waar hij naar terug kan. Slaapt op het station. Hij kan niet elke dag eten, maar zou graag 4 keer per dag eten.
  • Hij draagt bagage van mensen en is een heel goede danser.
  • Overdag werkt hij in een winkel waar ze banden repareren.
  • Houdt niet van het straatleven en wil terug naar school.
  • Gaat niet meer naar school omdat hij schrik had om geslagen te worden en dat de leerkrachten hem zouden kwetsen. Nu wil hij dus werken in plaats van naar school te gaan.
  • Houdt niet van het straatleven, het moeten stelen en op het station werken.
  • Houdt niet van het straatleven, omdat de kans bestaat om als crimineel te eindigen. Speelt graag voetbal.
  • Zij houdt er niet van geslagen te worden, te verhongeren of beledigd te worden.

Ik zal jullie niet vermoeien met een samenvatting van de interviews met de ouders, maar de voornaamste conclusies waren:

  • We hebben het geld niet om het kind naar school te sturen.
  • We hebben zelf ook geen educatie gehad.
  • We hebben het geld nodig dat het kind verdient.
  • Het kind heeft taken thuis of in de familie.

Informatie van schoolleiders gaf aan dat veel ouders geen enkele belangstelling hadden voor de opleiding van de kinderen –ook als ze wel naar school gingen- en geen enkele betrokkenheid toonden.

Het project op onze school:

Wij zagen in de uitkomsten en adviezen van Anke voldoende aanknopingspunten om ‘iets’ op te starten voor deze kinderen.

Doel van ons project is niet om een school te beginnen. Wij zijn geen school.

Wat wij wel willen is:

  1. Dagbesteding bieden
  2. Zinvolle daginvulling
  3. Creativiteit aanleren (kinderen leren spelen)
  4. Kinderen motiveren om wel naar school te gaan
  5. Kinderen hun eigen capaciteiten laten ontdekken

De opstart van het project:

In 2008 zijn we begonnen met een ‘proefjaar’ waarin we vooral willen ontdekken wat onze mogelijkheden en beperkingen zijn en waarin we gaandeweg tot een definitief programma willen komen.

We begonnen met het laten opbouwen van een groot klimrek en het inrichten van een lokaal voor deze activiteiten binnen onze computer school.

Iedereen lachte ons een beetje uit en verweet ons geldverspilling toen we het klimrek lieten bouwen. Al snel bleek echter dat kinderen overal op de wereld kunnen spelen en de kinderen wisten heel snel waar een schommel voor was en waar een glijbaan voor diende. Onze grootste zorg is momenteel dat het zo intensief wordt gebruikt dat de onderhoudskosten de pan uit rijzen.

Verder zijn de volgende voorzieningen aangebracht:

  • Dvd speler met Engelstalige Sesamstraat en speelfilms
  • Aantal voorleesboeken
  • Voetbalveld
  • Tafels, stoelen en schoolbord
  • Creatieve materialen
  • Klimrek
  • Computer voor educatieve (Engelstalige) spelletjes
  • Muziekinstrumenten

Het programma zag er in beginsel als volgt uit:
Ochtend: Thema (lezen, letters, tellen etc.) oppakken via dvd en dat creatief uitwerken
Middag: Voorlezen, spel, creatieve educatieve activiteiten, Engelstalige kinderfilms.

Helaas bleek na een maand al dat dit niet zou werken. Er kwamen simpelweg teveel kinderen op af, soms meer als honderd per dagdeel. Het bleek ook dat ouders hun kinderen in de ochtend ‘dropten’ met het idee dat ze dan overdag onder dak waren. Het bleek ook dat veel ouders de activiteiten zagen als vervanging voor het reguliere onderwijs.

Bovendien bleek dat de meeste kinderen toch wel erg jong waren.

Begin 2009 is geëvalueerd en er kwam uit de evaluatie dat de vrijwilligers het programma zo niet langer aankonden. Vanuit deze evaluatie en aan de hand van wat de vrijwilligers inbrachten zijn de volgende aanpassingen doorgevoerd:

  1. We gaan ons echt richten op het invullen van een ‘voorschools programma’ dat kinderen leert om hun capaciteiten te ontdekken en hun naar school te geleiden.
  2. Met name in de ochtend gaan we met een vaste groep kinderen werken die iedere dag komt. De vrijwilligers kunnen niet meer als 15 kinderen aan.
  3. In de middag zullen de activiteiten meer een ‘instuif’ karakter hebben en dan wordt niet meer met de vaste groep gewerkt.
  4. De ouders/verzorgers worden er bij betrokken. Alle ouders van de ‘vaste groep’ worden bezocht en hen wordt de strekking van het programma uitgelegd. Tevens wordt gescreend of de ouders echt het schoolgeld niet zelf kunnen opbrengen.
  5. Als je een voorschools programma begint, moet je je ook druk gaan maken over de volgende stap. Er is uitgezocht dat een volledige lagere school opleiding van een kind zo’n 350 euro moet kosten. Rond juni 2009 hadden we voldoende sponsoring binnen om een aantal kinderen daadwerkelijk naar school te kunnen sturen op volledig onze kosten voor alle schooljaren. Deze kinderen zullen dan als volgende stap wel moeten worden begeleid tijdens dit traject.
  6. De vrijwilligers houden een registratie bij van de kinderen en hun vorderingen.

Door ervaring van de vrijwilligers zijn dus nogal wat veranderingen doorgevoerd. Ten eerste wordt er gewerkt met een kleinere groep, ten tweede is er een sponsorprogramma aan gekoppeld en ten derde zijn de ouders/verzorgers van de kinderen er meer bij betrokken.

Zoals we echter al eerder berichten moet een organisatie bereid zijn om kritisch naar zichzelf te kijken en momenteel zijn we plannen aan het uitwerken om ook de groep te bereiken die echt kansloos is. De groep kinderen die daadwerkelijk op straat leeft en slaapt en via criminaliteit, bedelen, kleine werkjes zoals het dragen van bagage en prostitutie in hun bestaan voorziet. Deze groep zal moeilijker te socialiseren zijn en danig moeilijker te hanteren zijn. Bovendien zullen we moeten onderzoeken of we onderdak en eten voor hen kunnen regelen. Maar we zijn er van overtuigd dat een kind niet op straat hoort te leven en te slapen.
Het is nog te vroeg om hierover meer info te geven, maar we zijn hiervoor plannen ana het ontwikkelen en mogelijk zal hierover later meer informatie beschikbaar zijn op deze site of op onze facebookpagina.