Het kinderproject

Ontstaan
Aanvankelijk hadden we helemaal geen ambitie om een kinderproject op te starten. We waren gewoon een stel vrienden die redelijk met de computer uit de voeten konden en dat wilden we in onze vrije tijd graag overdragen. Iedere dag hingen er echter tientallen kinderen voor ons klaslokaal rond. Het leek alsof geen van hen naar school ging en ze hielden zich bezig met allerlei dubieuze activiteiten. We besloten hen een zinnige dagbesteding aan te bieden en we begonnen een vorm van creatieve activiteiten. We hadden ons er echter danig op verkeken. Er kwamen dagelijks tientallen kinderen en soms brachten de ouders hen zelfs persoonlijk in de ochtend afleveren. Kinderen vochten elkaar de tent uit en sloegen elkaar letterlijk met stukken hout op het hoofd.
We hadden dus duidelijk een fout gemaakt bij onze inschatting. Tegelijkertijd wilden we echter niet opgeven want we zagen al deze kinderen doelloos op straat rondhangen.
We vroegen studenten van EHSAL in België om voor ons deze doelgroep te onderzoeken en ons te adviseren. Ze hielden interviews met de kinderen die op straat leefden en ze verdiepten zich in hun omstandigheden. Een samenvatting van hun onderzoek staat elders op deze site. Aan de hand van hun suggesties en de ervaringen die we in de loop der tijd hebben opgedaan is langzaam het project in zijn huidige vorm ontstaan.

Door allerlei omstandigheden kunnen kinderen in Ghana in situaties terecht komen die voor ons moeilijk voor te stellen zijn. Gedeeltelijk kunnen deze situaties zijn ontstaan door overmacht omdat de ouders zijn gestorven of ziek zijn maar het kan ook zijn ontstaan doordat de ouders te traditioneel zijn ingesteld en kinderen blijven produceren terwijl ze niet de middelen hebben om voor hen te zorgen. Als de ouders gaan scheiden is het zelfs mogelijk dat ze de kinderen beide niet meer willen omdat ze een nieuw bestaan willen opbouwen met een andere partner of als de ouders zelf geen opleiding hebben genoten in hun jeugd zien ze niet altijd het nut in van een scholing voor hun kinderen “ze hebben het immers zelf ook gered” Sommige gezinnen zijn nog zo traditioneel dat ze er van uitgaan dat een meisje toch later zal gaan trouwen en voor het gezin gaat zorgen dus een scholing is daarvoor niet echt noodzakelijk.

Huidige stand van zaken
Alleen in de wijk Nyohini waar wij werken zijn geschat al zo’n 5000 kinderen die in de lagere school leeftijd zijn, maar niet naar school gaan of kunnen. In de loop van een schooljaar worden kinderen bij ons aangemeld via verschillende kanalen. Deze kinderen worden door ons gescreend, geïnterviewd en er worden huisbezoeken afgelegd om fraude of ‘luiheid van de ouders’ te voorkomen. Als we ene kind opnemen in ons project willen we er zeker van zijn dat het kind echt needy is en dat er echt sprake is van een schrijnende situatie. Norm is hierbij steeds de situatie van het kind.

Ieder jaar rond september starten we met een nieuwe groep kinderen die het eerste jaar dagelijks in de ochtend ons project bezoeken. We leren hen allereerst om zich sociaal te gedragen want deze groep heeft doorgaans hun hele leven op straat rondgehangen en hun gedrag is het gedrag van de straat waarbij de sterkste en stoerste altijd winnaar is. De kinderen spreken geen Engels dus we leren hen de taal stap voor stap. Hun gedrag is onaangepast en ze hebben moeite om zich lang ergens op te concentreren. Tevens hebben ze een weerstand tegen leren omdat hen hun hele leven is verteld dat zij “minder’ zijn of zelfs ‘te dom’ omdat ze tot de lagere klasse behoren. We leren hen dus dat leren ook leuk kan zijn. We gebruiken daarvoor audiovisuele middelen zoals Sesamstraat (in het Engels uiteraard) en andere televisieprogramma’s, maar ook spel en creatieve middelen. Maar omdat een ochtend al snel te lang duurt voor deze groep kinderen doen we ook sportactiviteiten en spel met hen.
In de loop van een jaar groeien deze kinderen echt in hun ontwikkeling. Ze komen echt dagelijks en ze worden zelfs enthousiast om te leren. Van vervelende etterbakkies veranderen ze langzaam in serieuze kinderen die werken aan hun toekomst en sociaal met elkaar omgaan. Maar –als ze er klaar voor zijn- na dat jaar moeten ze echt naar het reguliere onderwijs. Voor sommige kinderen is het jaar bij ons zo leerzaam geweest dat ze op de lagere school al kunnen beginnen in de tweede of derde klas.
En dan komt dus echt hun eerste schooldag. Heel spannend voor de kinderen. Ze krijgen van ons een schooluniform, een rugzakje, hun schoolboeken en schoenen want die zijn verplicht op school. We geven hen een eigen schoolbankje en stoel want ook die moet je als leerling zelf meenemen als je naar school wilt. De ouders zijn vaak onvoldoende betrokken om deel te nemen aan dit gebeuren. Maar toch is het altijd weer een emotioneel moment omdat het heel spannend is voor de kinderen om ineens voor ‘het eggie’ naar school et gaan en sommige kinderen huilen omdat ze liever bij ons willen blijven. Maar soms zijn ze ook gewoon emotioneel omdat het zo spannend is, deze nieuwe uitdaging in hun leven. De vrijwilligers zijn emotioneel omdat ‘hun kinderen’ naar school gaan en ze vinden het moeilijk om dat kind met dat wanhopige gezicht in hun nieuwe uniform achter te laten in dat grote klas lokaal.
Momenteel gaan er 46 kinderen naar de lagere school. Ieder jaar komen er 15 nieuwe kinderen bij en stromen er andere kinderen uit. Op ons project zelf lopen momenteel 15 kinderen zich warm om volgend jaar ook naar de lagere school te gaan. De uitval in de afgelopen jaren is opvallend laag geweest. (2 kinderen) Kinderen van de straat blijken echt serieuze studenten te kunnen worden.
Tijdens hun schoolvakanties van de lagere school komen veel kinderen ‘terug op het nest’ omdat ze het zo leuk vinden op het project dus dan gaan ze weer gewoon bij ons in de klas zitten omdat ze toch vinden dat ze daar ‘horen’.
Twee middagen per week komen kinderen die in de ochtend de lagere school bezoeken bij ons terug om bijles te krijgen en vooral lezen en Engels. Hun taalachterstand blijkt vaak toch opvallend groot en onze vrijwilligers helpen hen met lezen, voorlezen en zelf lezen. De middag is verder gereserveerd voor activiteiten voor kinderen die niet zijn geregistreerd op ons project, maar wel op straat rondhangen. Hierbij is dan sprake van ‘vrije inloop’ en de kinderen kunnen creatieve activiteiten doen, onze sportfaciliteiten gebruiken of een filmpje kijken. Het project is open van maandag tot vrijdag van negen tot twaalf en van twee tot vijf.

Wat doet een vrijwilliger op dit project?
Wat wil je doen? De een wil zelf les geven omdat hij/zij op de pabo zit, een ander wil sportactiviteiten doen en weer een ander wil liever creatieve activiteiten ondernemen met de klas en is doorlopend in de weer met stoepkrijt, scharen en kleurpotloden. Anderen willen meer beleidsmatig worden ingezet of onderzoek doen in het kader van hun opleiding of stage. Of juist de kinderen die het allemaal een beetje moeilijk vinden apart nemen en hen individueel vooruit helpen. Op een project als het onze is altijd veel werk te doen en op verschillende niveaus. Samen met de coördinatrice wordt afgestemd waar je het liefst wilt worden ingezet. Zolang je de taken maar serieus neemt. Wij proberen de kinderen structuur aan te leren en een vrijwilliger met de instelling “ik ben hier voor mijn plezier” die alleen komt als hij/zij geen andere plannen heeft of niet in de stad heeft afgesproken met vrienden hebben we weinig aan. Vrijwilligerswerk is niet vrijblijvend. Wij proberen je in te zetten op taken die aansluiten bij wat je graag wilt en waar je interesses liggen, maar je dient dan wel het goede voorbeeld aan de kinderen te geven omdat je niet een leraar kunt hebben die doorlopend spijbelt terwijl we de leerlingen proberen bij te brengen dat spijbelen echt niet kan en er zelfs toe kan leiden dat we het kind verzoeken het project te verlaten.