Computerproject, algemene informatie NCS

Als afkorting staat NCS voor Nyohini Computer School. Deze afkorting dekt echter allang niet meer de lading van onze projecten. Aanvankelijk zijn we begonnen als een stelletje enthousiaste vrijwilligers die op andere projecten werkten. Vaak betekent het vrijwilligerswerk in Ghana echter dat je maar voor halve dagen wordt ingezet en wij waren jong en enthousiast en hadden geen zin om iedere dag van de week in de middag rond te hangen op het terras. Daarvoor waren we niet naar Ghana gekomen.

We begonnen dus iedere middag gratis computerlessen te geven aan de kinderen die het niet konden betalen om de particuliere scholen te bezoeken. We realiseerden ons niet waar we aan begonnen want binnen korte tijd stond het letterlijk rijendik voor aanvang van de lessen. En iedereen vloog op de computers af en ging zitten met een gezicht van “ik hoor hier” En ja, wij waren enthousiast en iemand van achter de computer plukken en weg sturen is moeilijk.

Maar dit is alweer lang geleden. Het was 2002 om precies te zijn. We bleven enthousiast en we bleven met elkaar aan het project werken, ook toen we allemaal terug kwamen naar Nederland. We professionaliseerden en brachten structuur aan in de lessen. We schreven onze eigen lesboeken en we huurden een ‘echt’ leslokaal om de lessen over te laten nemen door nieuwe vrijwilligers. We werden een stichting en we registreerden ons als NGO in Ghana.

Maar we waren met name enthousiast. Dat was het belangrijkste.

De computer stond in Ghana nog volledig in de kinderschoenen in die tijd. De rijke kinderen konden wel een opleiding bekostigen, maar de arme kinderen in ‘onze wijk’ Nyohini kwamen wederom aan de kant te staan en misten op die manier de aansluiting met de arbeidsmarkt want de werkgevers en bedrijven vroegen wel allemaal computerkennis. We maakten dus ons eigen lesprogramma en we noemden het de cursus “secretarial” omdat het voornamelijk zaken behandelde als correspondentie en gebruik van Word. We openden het nieuwe lokaal en binnen twee dagen hadden we een wachtlijst van 680 studenten.

Het project werd gedragen door enthousiaste vrijwilligers en we hebben ons altijd dynamisch opgesteld. We leiden een leraar op tot doventolk en hij ging les geven aan de dove kinderen. Een andere leraar ging les geven aan blinden in de stad. Hij moest daarvoor uiteraard wel eerst worden opgeleid. We openden een tweede lokaal in een resource centre waar we de lichamelijk gehandicapten gingen onderwijzen.

Zo hebben we heel wat ontwikkelingen doorgemaakt. Steeds bleven we kijken of het eigenlijk nog wel noodzakelijk was waar we mee bezig waren en of we ons werk niet konden overdragen naar bestaande instituten. Je moet als project steeds blijven vernieuwen en je moet kritisch naar jezelf durven kijken.

Thans is het geven van computerlessen nog steeds onderdeel van ons project. Maar veel van ons werk hebben we in de loop der jaren over kunnen dragen. Veel opleidingen en scholen geven zelf computerlessen vooral omdat het een verplichting is geworden die de regering heeft opgelegd als onderdeel van het normale lesprogramma. Maar wederom is er een groep die buiten de boot dreigt te vallen. Dit betreft de arme lagere scholen. De rijke scholen hebben luxe computerlokalen met airco en de moderne computers, maar de arme scholen bestaan doorgaans zelf uit weinig meer als een rieten afdak en een muurtje van een meter hoog. Weer zijn het de arme kinderen die buiten de boot dreigen te vallen. We hebben dus een lesprogramma opgezet voor deze arme lagere scholen die het echt niet zelf kunnen bekostigen en we bezoeken deze scholen een dag per week met een aggregaat (omdat ze geen stroom hebben) en tien laptops. En we geven les aan de kinderen. Heel simpel en basic omdat het lagere school kinderen zijn. We leren hen hoe ze een verhaaltje over hun eigen leven kunnen typen in Word en hoe ze dat verhaaltje kunnen illustreren met een foto die ze zelf hebben gemaakt met digitale camera’s die we gebruiken en hoe ze de tekst mooi kunnen maken door het lettertype aan te passen of groter of kleiner te maken. Zo leren ze de computer gebruiken en de werking van de muis. Tevens leiden we de leraren op die scholen op om in de toekomst de lessen zelf te kunnen overnemen.

Wat doet een vrijwilliger op dit project?

Een vrijwilliger op dit project hoeft niet alles van de computer te weten. Hij/zij kan samen met de lokale teacher les geven aan de lagere scholen. Van maandag tot vrijdag iedere dag een andere school. De zelfstandigheid van de vrijwilliger bepaalt of hij/zij in zijn eentje de lessen kan gaan draaien of voorlopig blijft assisteren tijdens de lessen. Vergeet daarbij niet dat de lokale leraar erg veel kan leren van de ervaring met computer die vrijwilligers uit het westen nou eenmaal hebben. Het is echt niet alleen de kinderen leren dat computers leuk zijn en dat je er spelletjes mee kan spelen, en dat je er een tekst mee kunt fabriceren en je eigen foto’s kunt uploaden. Maar het is ook de lokale leraar leren dat onderwijzen leuk kan zijn voor kinderen en dat we in het westen anders en meer ontspannen les geven als in veel Afrikaanse landen. Je rol als vrijwilliger kan dus heel belangrijk zijn voor dit project.